penningen

plaquettes

standbeelden

borstbeelden

tekeningen

dierplastieken

decoraties

keramiek

monumenten

publicaties

fotoalbum

overig
overig:

tentoonstelling overzicht

Koloniaal Instituut

onderscheidingen

prijslijst Goedegewaagen

Jeanne Bieruma Oosting

  - ex-libris (Oosting)

  - brievenhoofd (Oosting)

tekeningen Willy Sluiter

getuige-deskundige

uitnodigingen

Tante heeft in de loop der tijden verschillende onderscheidingen dan wel prijzen gekregen.

In C.Veth worden drie onderscheidingen genoemd en na verschijnen van zijn boek heeft ze er nog twee gekregen. De term onderscheidingen is wat ruim opgevat.
Als ik de onderscheiding van de site onderscheidingen.nl als uitgangspunt neem, zijn er twee onderscheidingen, twee prijspenningen, een deelnemerspenning en een penning die niet in de voorgaande categorieën past.

 

De twee onderscheidingen zijn haar : "Ridder in de Orde van Oranje Nassau" en "Den Haag"
 
ron

Op haar 75‐ste verjaardag werd tante geridderd tot Ridder in de Orde van Oranje‐Nassau.

 

Uit de Haagse Courant van 5 september 1960: Vele tientallen vrienden en bekenden hebben Gra Rueb gisterenmiddag persoonlijk met haar verjaardag gelukgewenst. Namens de regering was er dr. J.Hulsker, hoofd van de afdeling kunst van het ministerie van O.,K. en W., die haar ook de versierselen behorende bij de Orde van Oranje‐ Nassau opspeldde. Namens de burgemeester bracht jhr. Mr. W.C. Six , chef van het kabinet, de gelukwensen over, terwijl de wethouder van onderwijs en kunstzaken een prachtige bloemenmand stuurde. Een weelde van bloemen drukte trouwens de beste wensen uit van de velen voor wie Gra Rueb als mens en als kunstenares iets betekend heeft.


 

D-H
Gelegenheid Haagse gedenkpenning voor verdienstelijke ambtenaren en ingezetenen
Jaar onbekend
Ontwerper Dirk Bus
Afmetingen Diameter is 80 mm
Bijzonderheden

Het is de zogeheten "Gemeentelijke beloningspenning voor ambtenaren ".

Bij besluit van 11 februari 1938 is door B&W van Den Haag een commissie ingesteld voor het uitschrijven van een prijsvraag inzake het ontwerpen van een gedenkpenning ter uitreiking aan verdienstelijke ambtenaren en ingezetenen, en het beoordelen van de inzendingen.

De commissie bestond uit de volgende leden:
- ir. L.J.M. Feber, wethouder van Openbare Werken en Gemeentebedrijven (voorzitter),
- dr. H.E. van Gelder, directeur van de Dienst van Kunsten en Wetenschappen,
- L. Neher, directeur van de Gemeentelijke Telefoondienst,
- mej. G. Rueb, beeldhouwster, en
- D. Wolbers, beeldhouwer.

Secretaris van de commissie was mr. J. Kunst, ambtenaar van de Gemeentesecretarie.

De commissie heeft geen eerste prijs toegekend, aangezien geen enkel van de zeven ingezonden ontwerpen zonder veranderingen voor uitvoering in aanmerking kwam. De tweede prijs werd toegekend aan Dirk Bus. Ook de derde prijs werd niet toegekend, omdat de overige ontwerpen elkaar in kwaliteit niet veel ontliepen. In plaats daarvan besloot de commissie aan elk van de overige inzenders als tegemoetkoming in de kosten een bedrag van f. 25,- uit te keren. De penning is bij 's Rijksmunt, Utrecht geslagen en uitgereikt vanaf 1939.

De penning is vervangen door een, in 1951 door A.Roth ontworpen, “penning voor bijzondere verdiensten“.


 

De twee prijspenningen zijn:
R
Gelegenheid Vierjaarlijksche tentoonstelling, Rotterdam
Jaar 1917
Ontwerper J.C. Wienecke
Materiaal zilver
Afmetingen diameter 51,5 mm
Bijzonderheden De Vierjaarlijksche Tentoonstelling van Schilderijen, Aquarellen, Pastels en Teekeningen, Grafische Kunstwerken en Beeldhouwwerken werd van 27 mei - 2 juli 1917 gehouden in de lokalen van de Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen, Rotterdam (NRC 19 mei 1917).
Tante heeft er met een "omvangrijk naakt" geëxposeerd (Elseviermaandschrift 1 juli 1918).
Gelukkig noemt het Algemeen Dagblad van 11 juni 1917 het beeld bij haar naam: mijmering (nr. 321). Het was haar eerste tentoonstelling.
zie: standbeelden/mijmering

 

A
Gelegenheid Jubileumtentoonstelling Stedelijk Museum, Amsterdam
Jaar 1923
Ontwerper J.C. Wienecke
Materiaal brons
Afmetingen diameter 59 mm
Bijzonderheden Het is de tentoonstelling van de Nederlandsche kunsten ten gelegenheid van het 25 jarig regeringsjubileum. Tante exposeerde met de buste van Chineesche gezant (Wang Koan Ky), Apache en Mijmering (alle drie in gips) en kreeg daarvoor een bronzen medaille.(NRC 1 oktober 1923)

 

deelname aan Olympische Spelen 1928
OS
Gelegenheid Olympische Zomerspelen (OS) in Amsterdam
Jaar 1928
Ontwerper J.C. Wienecke
Materiaal brons
Afmetingen diameter 55 mm
Bijzonderheden

Het is de zogeheten "deelnemersmedaille". Stikt genomen is het dus geen prijspenning van de OS maar een prijspenning dat haar werk is uitgekozen voor inzending naar de OS.

De penning is gemaakt door de Koninklijke Nederlandsche Fabriek van Gouden en Zilveren Werken Gerritsen & van Kempen, Zeist. Er zijn ruim 5900 medailles uitgereikt.

Tante heeft de medaille gekregen, omdat ze deelneemster was aan het "kunsttournooi" dat toen nog onderdeel uitmaakte van de OS. Het kunsttournooi bestond uit de onderdelen: schilderkunst, beeldhouwkunst, architectuur, literatuur, muziek.

Uit de Officieele gids voor de Olympische Spelen ter viering van de IXE Olympiade: "Tot de wedstrijden en de tentoonstelling zal alleen kunnen worden toegelaten: oorspronkelijk werk van levende kunstenaars, dat door de maker zelf is ingezonden, waarvan de voorstelling verband houdt met sport en dat aan hooge artistieke eischen voldoet. De werken mogen nooit hebben medegedongen of tentoongesteld zijn geweest ter gelegenheid van vroegere Olympische Spelen."

1150 werken uit 18 landen werden van15 juni tot 12 augustus in het Stedelijk Museum, Amsterdam tentoongesteld.

Catalogue de l'Exposition au Musée Municipal d'Amsterdam: nr 505 bokser in brons (f 300) RUEB, G.J.W. Mlle, La Haye, 34 Jacob Mosselstraat. Tante viel niet in de prijzen. Andere Nederlandse deelnemers bij het beeldhouwen waren Toon Dupuis en Chris van der Hoef die tweede werd in de categorie "reliëf en medailles". met de "Médaille pour les Jeux Olympiques". (Jadwiga Pol-Tyszkiewicz: oeuvrecatalogus 'Chris van der Hoef 1875-1933' (Assen, 1994) nr 193)

In de categorie architectuur won Jan Wils goud voor het ontwerp van het Olympisch stadion en Isaac Israëls goud bij het schilderen Uit eerder genoemde catalogus:

Parmi la groupe "Sculpture"se trouve un lutteur excellement modèlé par Toon Dupuis, et un petit boxeur finement cambré par Madll Grada Rëb, dont la valeur au point de vue de sport et d'art semble inversement proportionelle à celle de son athlète peu imposant, qui se trouve à l'entrée dus Stade.

(In de groep beeldhouwwerken vinden we een schitterend gemodelleerde worstelaar door Toon Dupuis en een fijntjes gebogen kleine bokser door juffrouw Grada Rueb, waarvan de kwaliteit uit een oogpunt van samengaan van sport en kunst omgekeerd evenredig lijkt aan die van haar weinig imposante atleet, die voor de ingang van het stadion te vinden is.)

Het genoemde beeld bij de ingang van het stadion is het door tante gemaakte monument ter nagedachtenis aan wijlen F.W.C.H. Baron van Tuyll van Serooskerken (1851 - 1924), de eerste voorzitter van het Nederlandsch Olympisch Comité.

 

In 1924 was tante betrokken bij de voorbereidingen op de Olympische Spelen van Parijs. De NRC vermeldt in haar editie van 13 jan 1924: "een propaganda-feestavond van het N.O.C." Er zal op 23 februari een eerste opvoering plaats hebben van een revue ten bate van het Nederlandsch Olympisch Comité in de Koninklijke Schouwburg,'s-Gravenhage welke daarna in verschillende plaatsen van ons land zal worden opgevoerd.

"De strekking van deze revue is om de hooge Olympische gedachte tot uiting te brengen daarin een beeld te geven van de beteekenis van de sport en waartoe deze kan leiden; verder ook sterk de uitwassen aan de kaak te stellen en tenslotte welke eischen er aan de sportbeoefening gesteld moeten worden. De heeren Pisuisse en Feith zullen er zelf de hoofdrollen in vervullen, daarin bijgestaan door tal van dilettanten. Er komen in deze revue tal van groepen voor, welke onder leiding van de beeldhouwster mej. Rueb in elkaar gezet zullen worden".

NRC van 21 maart 1924: "Op veelvuldig verlangen herhaalde opvoering van "op ter Olympiade". Sportschets met zang en dans door Jan Feith en Jean Louis en "Levende Sportbeelden ontworpen door Mej. G. Rueb".
(Er is een foto teruggevonden waarop een beeldengroep staat afgebeeld; zie levende beelden)

Naast deze wervende acties zat tante in de commissie die de kunstinzending moesten beoordelen en begeleiden (zie literatuurlijst De revue der sporten 1924, jaargang 18 nr. 4, 22 september 1924)

 

In Het Vaderland van19 maart 1932 wordt gemeld dat in de categorie beeldhouwen werk van tante zal worden in gestuurd. (later wordt gemeld dat het "de bokser" is , maar dat beeldje is in 1928 ook al ingezonden en dat is volgens de reglementen verboden. Het lijkt me dus niet echt waarschijnlijk, maar een ander beeld wordt niet genoemd)

(van W.Rueb werd de "Olympische hymne" ingestuurd. Ik ben er nog niet achter gekomen of dit familie is).

 

Ook bij de Spelen in 1936 was tante aanvankelijk betrokken. Zij was lid van de sectie Beeldhouwkunst van de Kunstcommissie van het NOC die de inzendingen moest beoordelen voor de Olympische Spelen van Berlijn. Ze heeft zich echter vroegtijdig terug getrokken. Zij werd vervangen door Dirk Wolbers. De reden daarvan kan zijn geweest dat tante zich geconformeerd heeft met de oproep van de Nederlandse Kring van Beeldhouwers, die haar leden in oktober 1935 dringend opriep om vanwege de situatie in Duitsland niet mee te werken aan de Olympische Spelen. Tante was lid van deze Kring.

 

Met dank aan: Mevr Jadwiga Pol-Tyszkiewicz en dhr Adri Altink


 

de Gerrit van der Veenpenning
Gelegenheid deelname aan de tentoonstelling Kunst in Vrijheid, Rijksmuseum Amsterdam
Jaar 1945
Ontwerper Hildo Krop
Materiaal brons
Afmetingen diameter 64,5 mm
Bijzonderheden

De penning is geslagen bij de Rijksmunt, Utrecht. In het Jaarboek 1950 eerste deel van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Munt- en Penningkunde, Amsterdam staat een artikel door Dr. W. F. BAX: PENNINGKUNDIGE GESCHIEDENIS VAN DE OORLOGSJAREN 1940—1945.
Daar staat onder hoofdstuk IV PENNINGEN OP DE ILLEGALITEIT EN DE BINNENLANDSCHE STRIJDKRACHTEN als nummer 54: Gerrit van der Veen-penning. En de voetnoot: Aan de exposanten op de tentoonstelling "Kunst in vrijheid", na de bevrijding in 1945 te Amsterdam gehouden, uitgereikt ter gedachtenis aan Gerrit van der Veen, beeldhouwer en medailleur te Amsterdam, geboren 26 November 1902, door de Duitschers als verzetsman 10 Juni 1944 te Bloemendaal gefusilleerd, posthuum begiftigd met het Verzetskruis.

Gerrit Jan van der Veen (Amsterdam, 26 november 1902 – Overveen, 10 juni 1944) was een Nederlands beeldhouwer en een leider van het Nederlands verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij was, even als tante, lid van Arti et Amicitiae en de Nederlandse Kring van Beeldhouwers.

 

De penning wordt ook wel eens de Verzetspenning genoemd en dat is verwarrend. Gerrit van der Veen was een actief verzetsman, die voor deze activiteit gefusilleerd is. Maar de ontvangers hoeven niet bij de illegaliteit betrokken te zijn geweest. Het gemeenschappelijk bij alle deelnemers aan de genoemde tentoonstelling is, dat zij niet ingeschreven hebben gestaan bij de Nederlandsche Kultuurkamer. De Kultuurkamer was een instelling in de WOII waarvan kunstenaars, bij wet, verplicht lid moest zijn. Kunstenaars werden daardoor gedwongen een keuze te maken om zich al dan niet te conformeren aan wat de bezetter als wenselijke kunst achtte. De Kultuurkamer was een symbool voor de nazisme in de kunstwereld.

 

Toch ligt de zaak goed-fout ingewikkelder dan het al dan niet toegelaten zijn als exposant. Er zijn ook kunstenaars die met medeweten van de ondergrondse lid waren om inzicht te krijgen wat zich in de Kultuurkamer afspeelde. Ook waren er kunstenaars die zich wel hebben willen laten inschrijven bij de Kultuurkamer en dat via hun organisatie te kennen hebben gegeven. Maar de communicatie tussen vereniging en Kultuurkamer is niet altijd goed verlopen, zodat van een daadwerkelijke inschrijving geen sprake is geweest. Een oordeel/veroordeling die vlak na de WOII eenvoudiger lag door de indeling goed-fout maar die in de loop der tijden genuanceerder is komen te liggen.

 

 

naar boven