penningen

plaquettes

standbeelden

borstbeelden

tekeningen

dierplastieken

decoraties

keramiek

monumenten

publicaties

fotoalbum

overig
standbeelden:

faun

danseresje

mijmering

de nar

levende beelden

bokser

fluiter

turfschipper

zittend naakt hout

staand naakt brons

zittend naakt zandsteen

peinzende vrouw

Mevrouw H.

Hans Brinker

de nederlandse vrouw

Mr. Pennewip

maagd

 

manco

Onderwerp peinzende vrouw
Jaar 1941, het is mogelijk dat het beeld uit 1926 stamt, omdat onderstaande beschrijving er goed bij past.
Gesigneerd nee, maar wel een tekst op de linkerachterkant
Materiaal wit geverfd beton op een bakstenen sokkel
Afmetingen lbh: 73 x 121 x 132 cm en de sokkel 100 x 149,5 x 63 cm
Aanwezigheid Zuiderpark, Den Haag, aan de Johanna Naberweg tussen het rosarium en de midgetgolfbaan in een bedje van wilde geraniums
Bijzonderheden

de tekst is vermoedelijk later aangebracht.
In 1993 werd het beeld “het hoofd afgehakt” (Trouw 20 maart 1993), maar daar is nu niets meer van te zien. Omdat dit niet een op zichzelf staande gebeurtenis is geweest was dit voor het Voorzieningenfonds voor Kunstenaars aanleiding een meldpunt in te stellen waar ernstige gevallen van vernieling van kunst kunnen worden geregistreerd. In dezelfde tijd is ook het beeld “betonnen kat” in stukken aangetroffen (ook in het Zuiderpark). Ook dit is hersteld.

 

In de NRC van 16 december 1926 wordt een tentoonstelling van de Rotterdamssche Kunstkring besproken met daarin o.a.:
"Mejuffrouw Rueb heeft hier een knap en rustig, door en door evenwichtig werk gegeven; een beeld dat door niets de aandacht tot zich trekt, dat als gemaakt is voor een rustige plek in de natuur, waar het met een met de boomen en planten kon zijn. De ruwe, harde steen, rul bewerkt, geeft onder het neerzevende licht iets zachts en vleezigs aan het harde materiaal; iets dat atmosfeer om zich schept, en dat zeker, nog versterkt door de mediteerende houding van deze mooie, gezonde meisjesfiguur, een rustpunt geven zou voor den mensch om uit den inspannende arbeid even tot zich zelf te komen. Vooral uit het achterste deel der zaal bekeken is de houding belangwekkend.
De horizontale lijnen van hier uit gezien, van voet en zitvlak en van de rustende hand, zijn evenwijdig met den voorsten bovenrand van het voetstuk waar het beeld op rust. De opgetrokken knie en de gebogen arm verhouden zich hier ook in schoon evenwicht tot elkaar en los en soepel schuift de liggende voet onder de knieholte door. Goed gekozen is heel de vorm van het voetstuk, want ter andere zijde verloopt het weer rhytmisch met het lange dijbeen, waar de neerhangende arm andermaal evenwijdig tegen staat. Vooral van deze zijde gezien valt het bovenlicht mooi over de rondingen van knie en schouders en komt er bezieling en leven in de harde steen."

 

tekst op de sokkel
 

zie ook: mijmering-vrouwenfiguur

 

 

naar boven